LetterSpinsels

Verhalen

Rozenzalf - Monique Cunnen

{jcomments on}De deur kraakt. Met enige moeite richt Dirk zich op. Vandaag heeft hij al teveel visite aan zijn bed ontvangen. Hij overschat nog steeds zijn krachten. Als Anke binnenkomt, ontspant hij zich.
'Hoi, papa,' klinkt het zacht. Ze gaat op haar zij naast hem liggen en doopt haar vinger in het potje rozenzalf dat boven zijn bed staat.
Dertig jaar geleden zat hij aan háár bed. De meeste keren zal ze het niet eens gemerkt hebben. Ze sliep als hij weer laat van een vergadering thuiskwam. Maar soms leek het alsof ze speciaal wakker bleef tot hij een kus op haar voorhoofd had gedrukt.
Met ronddraaiende bewegingen smeert ze de zalf over de korstjes op zijn hoofd. Hij sluit zijn ogen. Even niet de sterkste zijn, niemand geruststellen. Rozenzalf als medicijn.

Het geluid van koffiekopjes in de kamer naast hem maakt hem wakker. Amber schatert boven de brommende stem van Paul uit. Het zou Dirk niet verbazen als zijn zoon weer gekke bekken trekt naar zijn nichtje. Geroezemoes volgt. Hij hoeft hen niet te zien om te weten dat ze rond de lage tafel bij de televisie zitten. De liederen uit de eucharistieviering dringen tot hem door. Het moet zondag zijn. De deurklink beweegt langzaam naar beneden en schiet vervolgens luidruchtig terug.
'Ben je beter, opa?' Amber kruipt op bed. 'Wanneer sta je op? Oma en ik hebben de vogeltjes al voor je gevoerd.' Ze kijkt hem onderzoekend aan.
'Kom eens dichterbij, Amber. Dan kun je me beter verstaan. Mijn stem werkt niet meer zo goed.' Ze schuift naast hem en legt haar handje op zijn voorhoofd. 'Een beetje warm. Maar niet veel. Je bent snel weer beter.'
'Ik ben te ziek om beter te worden.' Voor een keer is hij blij met zijn hese stem waarin geen emotie doorklinkt.
'O. Blijf je hier dan liggen?'
'Ja, en jij kan op mijn bed spelen.'
'Dat is goed. Dan haal ik Bobby.'
Even later stopt ze haar knuffel bij hem in bed en gaat op haar buik liggen, het kleurboek naar zich toetrekkend. Ze stalt de kleurpotloden een voor een op zijn buik uit. 'Blauw of geel voor de prinsessenjurk?'
'Blauw.' Hij strijkt over haar haren.
Ze bijt op het kleurpotlood en kijkt hem vanonder haar wimpers aan. 'Huil je weleens, opa?'
'Ja, soms.'
'Groen of rood voor de schoentjes?'
'Rood.'
Goedkeurend knikt ze. Ze kleurt eerst de omtrek van de schoentjes om daarna het hele vlak rood te maken. 'Mama en oma ook.'
'Als je verdrietig bent, mag je best huilen. Dan kun je daarna weer lachen. En wanneer ik hier lig, hoor ik jullie graag lachen.'
'Zie je wel! Mama zei dat ik zachtjes moest lachen om je niet wakker te maken.'
'Je mag altijd bij me binnenkomen en zo veel lachen en huilen als je wilt.'
'Klaar.' Ze houdt de tekening omhoog. 'Voor jou. Zie je daar 'opa' staan? Nu ga ik buiten spelen.' Ze kust hem op het puntje van zijn neus en grist Bobby bij hem vandaan.
Zodra Amber de kamer uit is, pakt hij een zakspiegel onder zijn kussen vandaan. Zullen ze binnenkort van hem schrikken? Zijn wangen zijn al meer ingevallen dan vorige week hoewel hij de vloeibare voeding gehoorzaam naar binnen werkt. Het slikken gaat hem moeilijk af. Bovendien verslikt hij zich steeds vaker. Alles gaat trouwens moeizamer. Hij durft zijn bed niet uit zonder hulp. Met hulp eigenlijk ook niet. De enige kracht die hij voelt, zit in zijn hoofd. Daar maalt het maar door. Hij moet het laten opschrijven. Misschien wordt het er dan rustiger. 1. Iedereen in de kerk kan een broodje komen eten na de mis. Geen uitzonderingen. 2. Gregoriaans gezang. Dat zou mooi zijn. En wat moet hij beginnen met zijn kast vol spullen? Hij doet de uitdrukking "Wie wat bewaart, heeft wat" duidelijk eer aan. Toen hij begreep dat de kast niet voller zou raken, sloeg hij aan het opruimen. De paperassen en foto's brachten hem voortdurend terug in de tijd. Op het moment dat Lena hem riep voor het avondeten, besefte hij dat de kast weliswaar niet voller, maar op deze manier ook niet leger zou worden. Nou is het sowieso te laat. De plekken op zijn billen worden groter, zei de wijkverpleegkundige vorige week, terwijl ze hem verschoonde. Hij kan er bijna niet op liggen. Zelf kijkt hij er niet meer naar. Dat de morfinepleisters onvoldoende werken, zegt hem al genoeg. Zolang hij maar thuis kan blijven en de kinderen hem iedere dag kunnen opzoeken. Dan lijkt het nog een beetje normaal. Met zijn hand wrijft hij over zijn kin en legt de spiegel terug.

Lena trekt het gordijn met een overdreven vrolijkheid op haar gezicht open. Onmiddellijk knijpt hij zijn ogen dicht. Haar voetstappen verplaatsen zich naar het andere gordijn. 'Kom eens bij me zitten,' fluistert hij met zijn hand beschermend boven zijn ogen. Lena pakt een verloren koffiekopje van de vensterbank en loopt naar hem toe. Ze trekt haar ene been al zittend onder zich, buigt zich voorover en aait onbeholpen over zijn hand. 'Heb je iets nodig?'
'Nee, niets.'
'Heb je kunnen slapen?' Ze maakt aanstalten om weer op te staan, maar hij legt zijn hand op haar knie.
'We hebben het goed gedaan samen, hè? Met de kinderen? Ik weet dat je het zonder mij ook redt. Je bent sterker dan je denkt, Lena.'
Abrupt staat ze op en loopt naar de badkamer. Met een handvol wasgoed keert ze terug zonder hem aan te kijken. 'Het lijkt hier wel een wasserette.'
Hij zakt terug in de kussens. Op het nachtkastje staat het koffiekopje.

'Ruik je mijn adem?' Hij brengt zijn gezicht dicht bij dat van Anke en ademt uit.
'Nee.' Haar gezicht spreekt de waarheid.
'Gelukkig. Ik heb het idee dat de kanker zich in alle poriën heeft vastgezet.'
Anke aait over zijn haren zoals ze vroeger op vakantie ook altijd deed tijdens de autorit naar Frankrijk. Zittend op het voorste puntje van de achterbank en met beide handen aan de zijkanten van zijn hoofdsteun. Een wonder dat hij nooit achter het stuur in slaap is gevallen. Hij geeft zich over aan het lome gevoel dat door zijn lichaam trekt. 'Ik hoop dat mijn stem het tot het einde volhoudt. Beter een hese stem, dan geen stem. Zonder stem zullen ze me links laten liggen. Ze denken nou soms al dat ik niet meer helder van geest ben. Bij je opa gebeurde iets soortgelijks. Zijn gehoor werd steeds slechter. Mensen negeerden hem. Zelfs al zat hij met hen aan tafel. Wanneer we daarna op de akker aan het werk waren, praatten we over wat er tijdens het bezoek gezegd was.'
'Zover komt het niet. Ze zullen naar je luisteren. Al moet ik ze dwingen!'
'Het is raar hoe je langzaam maar zeker niet meer meetelt wanneer je lichamelijk aftakelt. Alsof ze je al beetje bij beetje hebben opgegeven. Ik wil hun medelijden niet en ik wil zeker niet alleen maar over kanker praten. Daar ben ik intussen wel over uitgepraat. Wil je mij dat pilsje aangeven?'
Anke ondersteunt zijn hoofd en pakt een glas halfvol lauw bier van de bedrand boven zijn hoofd. Het rietje draait ze richting zijn lippen.
'Het is maar goed dat je huisarts weet wat het beste voor je is,' ginnegapt ze.
'Nooit veel om bier gegeven, maar zo smaakt het dus wanneer er een engeltje over je tong piest. Iedere dag krijg ik van je moeder een nieuw flesje. Zelfs als het vorige niet leeg is. Ziek moet ik natuurlijk niet worden.'
'Papa!' Er verschijnt kort een twinkeling in haar ogen.
'Ach, meiske, eeuwig hier blijven is overdreven, maar een andere afloop was me veel waard geweest. Jammer dat ik niet iets langer bij jullie kan blijven.'
'Vind ik ook.' Anke slikt en wendt haar gezicht af.
Met zijn vinger droogt hij haar wang.
'Je had zeker niet verwacht mij te zien huilen?'
'O, jawel hoor. Ik heb je al ruim dertig jaar bij me. Denk je niet dat ik je een beetje ken? Je hebt je gevoeligheid bovendien niet van een vreemde. Fijn om zo samen te praten. Ik ben overigens benieuwd wat er met de tekening gebeurt die Amber voor me heeft gemaakt.'
'Ik bewaar haar.'
Hij stoot haar met zijn schouder aan. 'Zie je wel dat je op me lijkt?'
'Wat is er?' Vragend kijkt ze hem aan als hij zwijgt.
'Let je op mama? Ze rent zichzelf nog een keer voorbij.'
'Het is haar manier om te laten zien dat ze van je houdt.'
'Kon ze maar een keer rustig bij me blijven zitten. Soms weet ik niet eens wat erin haar omgaat.'

Hij moet in slaap zijn gevallen. Het is intussen zelfs al schemerig geworden. 'Ben je er nog, Anke?'
'Ja, vlak naast je, maar mijn gefrunnik aan je haar heeft mijn arm gevoelloos gemaakt.'
'O,' grinnikt hij. 'Ga mama maar even helpen.'
Amber trippelt binnen, direct gevolgd door Paul die haar filmt. Goed zo, Paul. Leg alles maar vast. Nog een manier om dicht bij jullie te blijven.


De extra hoeveelheid toegediende morfine versuft hem. Hij wil helder blijven. Zich concentreren. Waarom gaat het ademhalen zo moeilijk? Heeft hij het allemaal goed gedaan? Is het goed zo? Hij vouwt zijn handen strak op zijn borst en kijkt naar Lena. Ze zit op een stoel naast zijn bed en legt haar handen onmiddellijk op de zijne. Een Weesgegroet. Nog een. En een Onzevader. Natuurlijk als het helpt om de paniek te verdrijven, bidt hij er wel tien. Samen met Lena. De kinderen kennen de woorden niet eens meer. Waar is zijn kalmte van de afgelopen weken? Hij had er toch vrede mee? Waarom vraagt Lena of hij bloemen ziet. Hij knikt haar geruststellend toe.

Het gaat snel. Sneller dan hij voorzien had. Dromen buitelen over elkaar. Of is het de werkelijkheid? Al dat water. Ga terug, je kunt nog terug! Hij moet plassen. Heeft hij het hardop gezegd? Een stem zegt dat hij in bed moet plassen. Lena? Zegt ze nou dat hij een luier om heeft? Het moet niet gekker worden. De pijn is weg. Waarom krijgt hij geen lucht? Er reutelt iets. Komt dat geluid uit hem? Is dit het dan? Waarom staat iedereen om zijn bed? Voelt er iemand aan zijn voeten? Hij wil hier blijven. Hij is nog niet klaar. Ze hebben hem nodig. Hij heeft hen nodig! Hoe had hij kunnen denken dat hij er ooit klaar voor was? Kijk ze daar nou toch eens staan. Ze zullen voor elkaar zorgen. Ze redden het samen wel. Dag, Paul. Dag, Anke. Dag, lieve, kleine Amber. Lena, hou me vast!

 

Beoordeling Sandra Di Bortolo

'Herinneringen en sterven' lijkt wel het thema te zijn bij maar liefst vier van de zes genomineerde verhalen van 2013. Ook het verhaal Rozenzalf heeft sterven als thema. In dit verhaal zijn we getuige van het uiteindelijke sterven van Dirk. We zien de laatste momenten van Dirk met zijn vrouw, dochter en kleindochter. Een ontroerend, aangrijpend moment dat evengoed uit een paar uren of uit enkele dagen kan bestaan. Het maakt eigenlijk ook niet zoveel uit. De sfeer van het moment wordt bepaald door de subtiele bewoordingen waarmee de schrijver de atmosfeer beschrijft. Een kleindochter die tekent, een dertigjarige dochter die haar vader liefdevolle zorg verleent en een vrouw die hem bijstaat in het stervensproces. Geen verrassende karakter, maar wel een ontroerend en mooi beeld. Het is altijd goed wanneer je erin slaagt om emotie bij je lezers los te maken. Dat blijft hangen.
 

Feedback Anneke Blok


Monique Cunnen heeft met het onderwerp voor haar verhaal 'Rozenzalf' een moedige, maar ook een moeilijke keuze gemaakt. Het is niet eenvoudig een verhaal vanuit het perspectief van een stervende te schrijven. De persoonlijke ervaring ontbreekt ons - zowel lezers als schrijvers - gelukkig volkomen. Zij heeft dit zware thema mooi onderkoeld beschreven. Geen heftige emoties, geen pijnlijke scènes aan het bed, alleen een nuchtere registraties van de gebeurtenissen om Dirk heen. Mijn complimenten.

De titel 'Rozenzalf' klinkt troostend en dat is denk ik precies de bedoeling van de auteur. Misschien had een flash back waarin rozenzalf en de dochter van Dirk een rol speelden de titelkeuze nog sterker kunnen maken. Van troostergever naar troostontvanger. Je kunt over een geslaagd leven, een geslaagde vaderrol spreken als de dochter zo inspeelt op de behoeften van haar vader. Een hele mooie manier om het karakter van Dirk neer te zetten.
Ook het karakter van Lena is door haar manier van doen, het drukke, zorgende, goed zichtbaar gemaakt.
Het verbond tussen vader en dochter geeft de sfeer aan dit verhaal.
De zoon speelt eigenlijk geen rol.

De dialoog met de kleindochter is heel goed van opbouw. De auteur laat het meisje het emotionele en passant verweven met het alledaagse van een kleurplaat. Heel goed gedaan. Alleen had de taal iets kinderlijker mogen zijn. 'Je bent snel weer beter', klinkt niet natuurlijk uit de mond van een kind dat prinsessenplaatjes kleurt.

'Hij overschat nog steeds zijn krachten', klinkt een beetje als een tekortschieten in een leersituatie. 'Hij overschat steeds weer zijn krachten', geeft denk ik beter het verval van Dirk aan. Ook de kleinste woorden zijn belangrijk en hebben een functie. Schrijven is schilderen met woorden.
De zin die begint met 'Ik hoop dat mijn stem... ' moet de schrijfster nog eens goed nakijken. Zegt Dirk dit hardop of denkt hij het? Dat bepaalt wel het verschil tussen zijn of mijn opa. Een beetje onduidelijk hier.
Als Dirk in zijn hoofd lijstjes ligt te maken, kun je in proza beter geen cijfers gebruiken.

De keuze van de namen kenmerkt heel duidelijk de verschillende generaties.
Ondanks wat kleine oneffenheden is dit een verhaal waar de schrijfster trots op kan zijn.








Snel zoeken