LetterSpinsels

Topverhalen 2014

Poste restante (oude titel: Uit het oog) - Monique Cunnen

'Meneer Winters? Bent u er nog?'
De enthousiaste stem van de makelaar is onverdraaglijk. Erik Winters laat de telefoon naar zijn schouder zakken en draait zich om naar de ingelijste foto aan de muur. Hij had verwacht blijdschap te voelen. Of op zijn minst opluchting dat het ouderlijk huis na twee jaar verkocht is. Niet dit gevoel van teleurstelling. Hij is niet eens bijzonder gehecht aan het huis. Wanneer is hij er voor het laatst geweest?
'Over een maand willen de kopers met de verbouwing beginnen.'
'Hoezo?' Zijn stem klinkt scherp. Op het stoffige glas volgt zijn vinger de contouren van het ouderlijk huis. De gevel licht op.
'Pardon?'
Hij onderdrukt zijn verontwaardiging. 'Wat gaan ze doen?' Met zijn mouw veegt hij het huis in perfecte staat en ziet zichzelf weerspiegeld. Zijn gezicht staat gespannen.
'Ze willen een extra kamer creëren, vloerverwarming aanleggen... Is een maand haalbaar voor u?'
'Ik zal de laatste spullen eruit halen.' Zonder de reactie van de makelaar af te wachten, verbreekt hij de verbinding.
Wat bezielt hem? Hij had toch al lang geleden afscheid genomen van zijn ouderlijk huis? Hij zet een stap naar achteren en bekijkt nogmaals de foto. De arm van zijn vader ligt stijfjes om zijn moeders schouders. Trots kijkt hij naar de camera. Zij lacht met gesloten mond zoals op alle foto's die hij van haar heeft. Op het hek achter hen is nog net een gedeelte van haar keukenschort zichtbaar. Zou ze op het laatste moment gemerkt hebben dat ze haar schort nog droeg en het in de gauwigheid over het hek hebben gelegd? Hijzelf komt amper tot hun middel. Leunend tegen hun benen kijkt hij naar hen op. Alle details kent hij, maar de foto verveelt hem nooit. Niet toen ze bij zijn ouders aan de muur hing, en ook niet nu ze in zijn eigen huis hangt.

Hij rijdt de ontwakende stad uit. Ineens weet hij weer wanneer hij het huis voor het laatst bezocht heeft. Samen met Chantal, net voordat ze hun relatie beëindigde. Zou ze hem missen? Hij verafschuwt de dagelijkse vrijgezellengeluiden van zijn voetstappen op de houten vloer en het getik van zijn bestek.
Toen zijn ouders nog leefden, bezocht hij ze twee keer per maand. Na zijn vaders overlijden, bezocht hij zijn moeder zelfs iedere zaterdag. Altijd was er wel iets te doen in de gigantische tuin die doorliep tot achter de perenbomen, maar die karweitjes kwamen op de tweede plaats. Eerst wilde zijn moeder dat het tuintje aan de voorzijde er netjes uitzag. Hij kon niet laten haar te plagen: 'Nou maar hopen dat er iemand voorbijkomt. Dan is ons werk niet voor niets geweest.' Hij ziet weer voor zich hoe haar wangen licht kleurde. 'Och, jij ook altijd,' antwoordde ze dan. Ze zorgde tussen de middag voor gebakken aardappelen en frambozenvla na. Alsof hij weer op school zat en zijn lievelingseten kreeg voorgezet. Alleen bij haar at hij zijn hoofdmaaltijd nog tussen de middag.
Hij neemt alles nauwkeurig in zich op als hij langs de basisschool en de kerk de bebouwde kom uitrijdt. Het ouderlijk huis laat zich in de volle omvang zien. De bomen, die het huis het grootste gedeelte van het jaar afschermen, zien er mistroostig uit. De vlinderstruik in de voortuin is volledig uit zijn vorm gegroeid. Bladeren liggen centimeters dik tussen de planten en zijn opgehoopt tot onder de beukenhaag. Hij huivert in zijn jas als hij de motor uitzet.
In de gang slaat hem een muffe geur tegemoet. Ondanks de kou, die haast gelijk is aan de buitentemperatuur, opent hij de ramen in de woonkamer. Hij loopt meteen door naar de schuur, waarvan de sleutel nog steeds aan zijn sleutelbos hangt. Met een hark op de kruiwagen komt hij terug. Hij rust niet uit voordat de verschillende planten weer zichtbaar zijn. De composthoop groeit. Wanneer hij zich eindelijk uitrekt, protesteert zijn rug heftig. Tevreden beziet hij de blaar op zijn vinger. 'Nou maar hopen, ma, dat er iemand voorbijkomt.'

De kamers klinken hol. Voor het overgebleven meubilair zal hij binnenkort een bus moeten huren. De dozen met het servies staan opgestapeld in de keuken. Zou hol nog holler kunnen klinken? In de slaapkamer opent hij de kledingkast voor een laatste controle. Net zoals zijn moeder deed na vaders overlijden, heeft hij de kleding direct na de begrafenis naar de textielcontainer gebracht. Stug ontweek hij de blikken van de dorpsbewoners, terwijl hij de zakken liet verdwijnen.
Hoe krijgt hij de kledingkast ooit uit de slaapkamer? Ze hebben hem destijds ongetwijfeld ter plekke in elkaar gezet. Centimeter voor centimeter schuift hij de kast van de muur af. 'Alles met beleid', echoën vaders woorden in zijn hoofd. Hij houdt zich in als hij de hamer vanuit de binnenkant tegen de voorpanelen van de kastdeuren slaat. Na enkele slagen vallen ze naar buiten. De legplanken wipt hij in een handomdraai los. Een voor een stapelt hij ze op elkaar. Hij draagt alles naar de achtertuin om de kastonderdelen alsnog met geweld kleiner te maken.
De onderste lade geeft niet mee, net zo min als twee jaar geleden. Hij herinnert zich weer dat hij van plan was geweest het later te verhelpen om het daarna blijkbaar compleet te vergeten. Hij zet zijn voet tegen de kastpoot en pakt de ladeknoppen voor de tweede keer beet. Een onheilspellend gekraak klinkt. Met een koevoet wrikt hij op en neer tussen de ontstane opening. De sokken en zakdoeken stopt hij rechtstreeks in een vuilniszak. Bij een stapel nieuw uitziende theedoeken twijfelt hij. Ach, wat moet hij er in zijn eentje mee. Hij pakt ze vast en laat de theedoeken uiteenvallen wanneer zijn vingers op iets hards stuiten. Op de vloer kijkt een knipogende hofnar hem aan. Zou ze haar verzameling bidprentjes in deze sigarendoos bewaren? Niet handig om ze zo ver weg te stoppen. Wanneer ze elkaar spraken, leek er altijd wel iemand gestorven te zijn. Het elastiek om de doos knapt als hij het ervan afwikkelt. Hij laat de inhoud door zijn vingers glijden. Enveloppen, geadresseerd aan Riki Heesterman. Niet Riek, zoals zijn moeder werd genoemd. En enkel haar meisjesnaam. Aan het handschrift te zien, komen ze van dezelfde afzender. Uit de eerste envelop trekt hij een kort beduimeld briefje in achterover hellende letters.

Mijn allerliefste Riki,

Liever schreef ik je geen brief, maar zat ik dicht tegen je aan. Zoals op het strand bij het kampvuur met de dansende lichtjes op je huid. Zullen de anderen iets gemerkt hebben? Als mijn gezicht net zo straalde als dat van jou, dan kan het niet anders. Nou ja, de liters drank hebben onze vrienden vast en zeker de volgende dag aan het twijfelen gebracht. Bovendien kan ik soms ook niet geloven dat het werkelijk allemaal gebeurd is. Gelukkig heb ik die foto aan zee als bewijs. Ik kan je zo langzamerhand uittekenen met al je mooie sproeten. Ik kus ze een voor een.
Een dag zonder jou is er een te veel. Waarom moet het zo ingewikkeld zijn? Iedere brief van jou is een kleinood. Schrijf me snel.

Je Jo

Nogmaals bekijkt hij de naam. Hij weet zeker dat hij nooit van hem heeft gehoord. Met moeite ontcijfert hij het jaar 1958 op de postzegel. Zijn moeder was toen negentien. Vader en zij waren op hun vijfentwintigste getrouwd na een korte verlovingsperiode. Van verkeringen voor die tijd staat hem niets bij. Hij heeft er ook nooit naar gevraagd. En al helemaal niet naar hun gevoelens. Hij praatte niet vaak over dat soort dingen, evenmin als zijn vader. Woorden worden hopeloos overschat.

De vuilniszak gooit hij achter in de auto en hij plaatst de dozen met het servies ernaast. De sigarendoos zet hij op de passagiersstoel. Waarom bewaarde ze juist deze brieven? Liefdesbrieven van zijn ouders heeft hij nooit gevonden, maar die verwachtte hij ook niet. De brieven van Jo trouwens ook niet. Hoe goed kende hij zijn ouders? Hoe goed kende hij zijn moeder? Als Chantal hem niet had laten stikken, dan hadden ze er samen over kunnen praten. Dat wilde ze toch zo graag? Praten. Hoe kun je ineens na tweeënhalf jaar niet meer van iemand houden? Alsof Chantal een knop had omgezet. Vorig jaar hield ze van hem, dit jaar niet meer. Of misschien vorig jaar ook al niet meer. De dagen dat ze wilde vrijen werden wel steeds zeldzamer, maar dat had volgens haar weinig te betekenen. Hij had zich erbij neergelegd. Wat moest hij anders? Klote was het. Maar in de vier maanden dat ze weg is, heeft hij eerlijk gezegd nooit gedacht dat een dag zonder haar er een te veel is. De doos schuift van de zitting als hij vol op de rem trapt voor het rode licht. De enveloppen liggen verspreid over de vloer.
Hij parkeert de auto voor zijn deur en graait de enveloppen bijeen. Verder voorover bukkend kijkt hij naar een foto, uitgelicht door de lantaarnpaal. Zijn moeder in badpak met de zee op de achtergrond. Hij heeft geen verstand van mode en al helemaal niet uit die tijd, maar het ziet er best hip uit met dat riempje rond haar middel. De uitdagende lach die ze de fotograaf schenkt, terwijl ze poseert, is zo levenslustig dat hij zich er niet van los kan maken. Haar gezicht zit vol zomersproeten. Ze contrasteren met het wit van haar tanden. Ze is het en ze is het niet. Hij propt alles in de doos en stapt haastig uit.

De sigarendoos staat onaangeraakt op de plek in de boekenkast waar hij hem die avond neergezet heeft. Natuurlijk had ze hem niet over Jo hoeven te vertellen. Ze was niet eens getrouwd toen ze deze man kende. Hij hoort de brieven niet te lezen. Waarom versnippert hij ze niet gewoon? Zouden ze elkaar nog gezien hebben? Is het lezen van één brief minder erg dan dat hij ze allemaal leest? Hij pakt de doos.

Lieve Riki,

Ik heb je bericht over je aanstaande huwelijk ontvangen. Het heeft even geduurd voordat ik de moed vond je terug te schrijven. Hij houdt van jou, schrijf je. Waarom schrijf je niet: Wij houden van elkaar? Omdat jij net zo goed als ik weet dat het een leugen is! Ik stuur je foto terug. Ik kan haar niet verscheuren en ik wil mezelf niet blijven kwellen. Ik heb al genoeg aan de tientallen beelden in mijn hoofd die maar niet vervagen. Er komt vast een tijd dat ik weet waarvoor ik 's morgens opsta. Dat het verlangen me niet langer uitholt en ik jou niet meer koortsachtig naast me waan. Ik hoop dat je een gezin sticht zoals je graag wilt en dat het allemaal de moeite waard is. Wees gelukkig.

Voor altijd je Jo.

De whisky brandt in Eriks keel als hij het glas in een teug leegdrinkt. Hij vult het glas opnieuw en heft het naar de ingelijste foto. Hield zijn vader net zo veel van zijn moeder als dat Jo deed? Hoeveel hielden ze eigenlijk van hem? Zoals hij daar als jongetje staat, opkijkend naar zijn ouders, herinnert hij zich hoe graag hij wilde dat ze samen dingen deden, zoals spelletjes op zaterdagavond. 'Nee jongen, vraag dat maar aan je moeder.' Zijn vader pakte gauw de krant. Met z'n tweeën speelden ze wel eens mens-erger-je-niet, maar zijn moeder kon zich niet lang concentreren. 'Hoeveel stappen moet ik ook weer zetten?' Het was nog irritanter dan met zijn enige pion van de plaats geworpen te worden. Die afwezigheid en dat staren naar iets wat hij niet zag, doorbrak hij met grapjes of hij stelde vragen die hij ter plekke verzon. Hij pakte op zo'n avond ook weleens de handen van zijn ouders, legden ze op elkaar op tafel en drukte zijn eigen handen er bovenop. Hij liet ze niet los totdat zijn vader er als eerste genoeg van kreeg en alles uit elkaar viel.
Een uithollend verlangen. Wat moet hij zich daarbij voorstellen? Hij doet een greep in de doos. De opgekrulde envelop voelt aan als karton, evenals de brief die hij er voorzichtig uitpeutert.

Lieve Riki,

Je schrijft me niet meer en dat is waarschijnlijk het beste ook. Vier jaar is lang, maar niet lang genoeg om je te vergeten. Ik wilde je niet laten schrikken, die keer dat ik aan de overkant van je huis stond. Ik moest je nog een keer zien. Je bent nog even mooi als toen. Was je naar me toe gelopen als je man niet geclaxonneerd had en je tot instappen maande? Toen je me voorbij reed, vertelde je gezicht alles wat ik weten wilde. Het was misschien gemakkelijker geweest als ik niet de pijn op je gezicht herkend had. We moeten verder. Ik moet verder. Ik ga trouwen. Liefde kan groeien, zeggen ze. Voor het geval je me ooit nodig hebt, geef ik je mijn nieuwe adres: Piet Heinstraat 22, Den Haag.

Liefs, Jo

Die Jo moet het zwaar te pakken hebben gehad van zijn moeder. Ook op latere leeftijd was zijn moeder nog knap. Zijn vader was trots op haar verschijning. Op zondag liep hij graag gearmd met haar in het dorp. Het was geen liefde die er vanaf spatte, maar waren mensen van die generatie niet allemaal wat gereserveerder? Ruzies stonden hem niet bij. Hij zou ook niet weten waarover, want lange gesprekken voerden ze niet. Niet zoals het er soms bij de ouders van Bram aan toe ging als hij daar speelde. Hij dacht dat de gesprekken thuis niet voor zijn oren bestemd waren. Dat ze alles voor zich hielden totdat hij in bed lag. 's Avonds sloop hij een enkele keer de trap af om zijn oor tegen de woonkamerdeur te drukken. Hij kreeg alleen maar steenkoude voeten. Het leek alsof de televisie aanstond zonder dat er iemand was. Waarom haalt hij dit weer allemaal naar boven? Ook tussen hem en Chantal werd het stiller. Dat was toch ook niet direct verkeerd? Afgezien van het geringe aantal keren seks, vond hij het wel goed gaan eigenlijk. Chantal had eerder weleens aangegeven dat hij meer over zijn gevoelens moest praten. Het voelde als een verplichting en zo onnatuurlijk, dat hij het had opgegeven. En ineens was het voorbij. Hij mist de zachtheid van haar lichaam. Niet tot op koortsachtige hoogte, maar toch. Had hij het te snel opgegeven? Of kan hij vooral niet tegen het alleen zijn?
Hij kijkt naar het vertrouwde gezicht van zijn moeder aan de wand. Ze was er altijd om hem te troosten wanneer hij gevallen was. Na schooltijd luisterde ze naar zijn verhalen, voordat hij naar Bram holde die meestal al op hem wachtte. Maar toen hij ouder werd, was ze vaak in zichzelf gekeerd. Wanneer hij vroeg waaraan ze dacht, dan kreeg hij zo snel antwoord dat hij zeker wist dat het dat níet was. Een keer zei ze: 'Hoe ouder je wordt, hoe meer je hebt om over na te denken. Ze verzekerde zich ervan dat hij luisterde en keek hem doordringend aan: 'Als je later de liefde van je leven vindt, blijf dan bij die persoon en laat je door niets of niemand tegenhouden. Onthoud dat je gevoel het altijd bij het rechte eind heeft, niet je verstand.'
Uitbundig zag hij haar niet vaak. Wel was er die ene vakantiedag. Zijn vader stond beneden aan een enorme zandberg. Zijn moeder snelde tegelijkertijd met hem de berg af. Allebei met gestrekte armen als de vleugels van een Condor. Het ging steeds harder. Halverwege vielen ze, rolden verder. Hij hoorde haar hoge kreetjes en schaterende lach samen met hem naar beneden rollen.

De volgende ochtend wordt Erik wakker met een droom over zijn moeder op zijn netvlies. Ze staat met haar mantel aan in de kamer. Vader leest de krant en merkt niet dat ze de deur uitloopt. Ze gaat lachend naast een onbekende chauffeur zitten. Hij staat in zijn pyjama voor het raam. Ze toeteren naar hem. Op het moment dat hij naar buiten rent, rijden ze weg. Hij ziet dat de man zijn rechterarm om haar heen legt, terwijl zij tegen hem aankruipt.
Het gevoel waarmee hij wakker werd, bedrukt hem ook tijdens de rit naar kantoor. De foto ligt op de zitting naast hem. Was ze vroeger altijd zo uitbundig geweest als op deze foto? Heeft ze de verkeerde keuze gemaakt? En wat zegt dat over hem? Had ze hem eigenlijk wel gewild? De afrit rechts geeft aan dat hij over 25 km in Den Haag is. Hij geeft een zwenk aan het stuur en schiet over het gearceerde deel naar de afrit. Hij laat een chauffeur met opstekende middelvinger achter zich. Intussen selecteert hij het kantoornummer op zijn mobiel. 'Ik voel me niet lekker, Sandra. Een paar dagen uitzieken en dan hoop ik er weer te zijn. Geef je dat door?' Zonder enige wroeging zet hij zijn mobiel uit en stelt zijn navigatie in op Piet Heinstraat, Den Haag.
Als de straat in beeld verschijnt, likt hij langs zijn droge lippen. Hij rijdt de winkelstraat in en parkeert aan de zijde met oneven nummers. Zo te zien is nummer 22 een bovenwoning. Als hij nu niet uitstapt, dan gebeurt dat over een kwartier al helemaal niet meer. Hij stopt de foto in de binnenzak van zijn jas. De eerste verdieping afspeurend, steekt hij over. Geen naambordje. Hij drukt kort op de bel. Steunend tegen de muur van het portiek, hoort hij gestommel achter de deur.
Een jonge vrouw kijkt hem met opgetrokken wenkbrauwen aan. 'Ja?'
'Uuh, hallo, ja, het zit zo... ik ben op zoek naar een man die hier vroeger gewoond heeft. Ik weet zijn achternaam niet, maar hij heet Jo. Of misschien is zijn volledige naam wel Johannes of Johan.' Haar roodgestifte volle lippen ogen vreemd in haar bleke gezicht. Iets ontroert hem eraan.
'Wie bent u?'
'Erik Winters. Mijn moeder kende deze man goed, vroeger.'
'En u totaal niet.'
'Wat bedoelt u?'
'Het lijkt me beter dat ze zelf eens langskomt als ze vragen heeft.'
'Kent u hem dan? Mijn moeder is een paar jaar terug overleden.' Met zijn hand trekt hij de kraag van zijn jas bijeen. Ze volgt zijn beweging met een schuin hoofd. Haar gezichtsuitdrukking wordt zachter.
'Meneer, ik weet niet wat u precies wilt, maar de enige Jo die hier ooit heeft gewoond, is mijn moeder.'
'Dan... dan moet ik me vergist hebben.' Met onvaste stappen loopt hij terug naar de auto. Hij laat zijn beide handen op de motorkap rusten, totdat hij weer voldoende kracht in zijn benen voelt. Hij opent het portier, laat zich zakken en legt zijn hoofd tussen zijn armen op het stuur.
Een tik op het raam haalt hem uit zijn houding en brengt het bloed terug in zijn armen. De vrouw van nummer 22 kijkt hem bezorgd aan. Hij wuift haar zorgen weg, maar zonder het gewenste effect. Noodgedwongen opent hij het raam.
'U ziet erg bleek. Wilt u even binnenkomen? Een glas water helpt misschien.'
'Dank u. Beter om niet direct te gaan rijden, geloof ik.'

Ze kijkt hem onderzoekend over tafel aan. 'Ik ben Kristel, de dochter van Jo. Mijn moeder was bevriend met uw moeder?'
'Naar het schijnt. En meer dan dat ook.'
'Nadat mijn vader overleden was, heeft mijn moeder me verteld dat ze als jong meisje verliefd was op ene Riki. Heette uw moeder zo? Een achternaam heeft ze nooit genoemd.'
'Leeft ze nog?'
'Ja, ze woont hier niet ver vandaan. Ze heeft het de laatste tijd vaak over vroeger. Uw moeder betekende veel voor haar. Wat heeft uw moeder u verteld?'
'Niets. Na haar overlijden vond ik uw moeders brieven. Ze is toch getrouwd?'
'Tien jaar geleden zijn mijn vader en zij gescheiden.'
De melodie van een bekend liedje klinkt vanonder een stapel kranten.
'Sorry. Een ogenblikje. Mijn moeder belt iedere dag rond deze tijd. Het duurt niet lang.'
'Hallo, mam. Ja, prima. Ik heb bezoek. De zoon van Riki is hier. Nee, echt waar. Hij is op zoek naar jou. Ja, hij weet het over jullie. Zou je dat willen dan? Wacht even.' Met een hand op de telefoon, draait ze zich naar hem toe. 'Zou je met me mee willen rijden om mijn moeder te ontmoeten?'
Hij knikt. Op haar tanden zit wat lippenstift.

'Gaat het goed met Riki?' Priemende ogen die één antwoord afdwingen. Kaarsrecht en met blosjes op haar wangen, zit Jo tegenover hem.
Hij schudt zijn hoofd, zoekend naar de juiste woorden.
'Mam, ze is overleden.' Kristel trekt haar stoel dichter bij die van haar moeder.
Jo plukt verwoed aan het tafelkleed en staakt haar bewegingen even plotseling als dat ze ermee begon. 'Het waren andere tijden toen. We twijfelden niet aan elkaar, maar wat konden we doen?' Ze strijkt het tafelkleed keer op keer glad, terwijl haar ogen staren naar de tafelrand. 'Ik heb haar brieven en kaartjes van zolder gehaald. Ik vind het fijn om ze dicht bij me te hebben. Alles wat ze schreef, herinner ik me nog precies.'
Erik schraapt zijn keel. 'Wist u van mijn bestaan af?'
'Ik heb nog eenmaal een kaartje van Riki ontvangen na jouw geboorte.' Ze rommelt in de tafellade en schuift de kaart naar hem toe.

Lieve Jo,

We hebben een zoon, Erik. Een gezond en opgewekt manneke.
Ik ben een gezegend mens. Neem je eigen advies ter harte: wees gelukkig.

Nooit uit mijn hart.

Riki

Misschien zeggen woorden toch alles. Uit zijn jaszak pakt hij de foto. Hij werpt er een laatste blik op en overhandigt haar aan Jo.

Poste restante © Monique Cunnen

 

Beoordeling Anneke Blok

Het thema van het verhaal 'Uit het oog' van Monique Cunnen is de zoektocht van Erik naar het verleden van zijn ouders, speciaal dat van zijn moeder. Hij heeft zijn jeugd als vervreemdend ervaren en wijt dit aan de onderlinge betrekking van zijn vader en moeder. Mooi is dat de auteur hier een band legt naar het weinig gehecht zijn aan het - letterlijk - ouderlijk huis. Alleen een foto verbindt hem nog met zijn jeugd. Een jeugd waarin zijn moeder nauwelijks voluit lachte, zijn vader een eigen leven leidde.

Steeds weer droomt hij dat zijn moeder hem verlaat. De momenten uit Eriks jeugd, waarin hij een sterke band met zijn moeder had, terwijl vader zich afzijdig hield, zijn mooi verweven in het verhaal. Zo wordt de spanning verhoogd

Het taalgebruik kan wel nauwkeuriger. Wat moet ik me voorstellen bij vrijgezellengeluiden? Serviesdozen zijn dozen speciaal gemaakt voor serviesgoed, dozen met serviesgoed zijn andere dozen.

'In zijn volle omvang ziet hij het huis liggen.' Die volle omvang kan ook slaan op Erik zelf.

'Gebakken aardappels met frambozenvla na.' Vervang dat met eens door en.

Waarom liggen bidprentjes natuurlijk in een sigarendoosje? (Natuurlijk is een heel gevaarlijk woord en erg in de mode op het ogenblik.)

'Zou hol nog holler kunnen klinken?' is mooi gevonden. Het gebruik van vragende zinnen komt het leesplezier ten goede.

Foto kan zowel mannelijk als vrouwelijk gebruikt worden. De auteur koos voor de vrouwelijke vorm. Dit gaf mij bij eerste lezing een wat onnatuurlijk gevoel. (De tendens neigt tegenwoordig veelal naar de mannelijke vorm.)

In de zin: 'Hij is een gezond, opgewekt manneke' had ik persoonlijk gekozen voor: 'Het is een...'

Nogmaals: dit zijn geen fouten, maar mijn persoonlijke voorkeur.

De figuur Erik komt niet duidelijk naar voren. Zo af en toe had ik zelfs het gevoel dat het hier een vrouw betrof. Of is dit een bewuste keuze van de auteur: een jongen die tijdens zijn opvoeding meer beïnvloed is door zijn moeder dan door zijn vader? De postzegel dateert uit 1958; dan schat ik Erik toch op een goede veertiger en zo komt hij in het verhaal niet over. (Ik lees dit verhaal in 2014, misschien is het wel veel eerder geschreven.)

Het is knap gevonden van Monique Cunnen dat Eriks jeugdervaringen ook zijn neerslag hebben op zijn relatie met Chantal.

Het verhaal is op twee manieren te lezen. Als de onvervulde romance tussen Riki en Jo. Beiden probeerden iets van hun leven te maken, wensten elkaar een gelukkig leven. Maar Jo is later gescheiden en Riki bleef hunkeren naar haar geliefde. De foto's van Riek, de manier waarop zij lacht, illustreren goed haar beleven. 'Uit het oog' is in deze optie de juiste titel.

Het is ook mogelijk, en daar betrapte ik mezelf steeds op, Erik als de hoofdfiguur te zien. Een onvolwassen persoon die de verwarrende invloed van zijn jeugd niet kan verwerken; hem onzeker maakt of hij wel gewenst is en moeilijk in staat is een relatie te onderhouden. In dat geval is de titel minder goed gekozen.

Monique Cunnen schreef met 'Uit het oog' een verhaal met veel potentie dat nog wel een kritische pen nodig heeft.

Beoordeling Fiona Hack

In dit verhaal worden oude liefdesbrieven gevonden van de overleden moeder van Erik Winters. Het ouderlijke huis is verkocht. Nu moet hij het leeghalen. De liefdesbrieven en de uiteindelijke ontmoeting met de auteur ervan, geven een heel ander beeld van zijn moeder dan hoe hij haar kende. Goed inleven kan bij dit verhaal. Er staan wel wat zinnen in die voor mij wat moeilijk te begrijpen waren.
In de eerste alinea staat: Op het stoffige glas volgt zijn vinger de contouren van het ouderlijke huis. De gevel licht op. Waarschijnlijk heeft hij met zijn vinger de contouren van het huis in het stoffige glas getekend. Dat blijkt niet uit dit stukje. En hoe kan de gevel oplichten? Misschien ziet hij dat in gedachte?
Dan: Met zijn mouw veegt hij het huis in perfecte staat en ziet zichzelf weerspiegeld. Hoe kan dat? Met de mouw is misschien alles weggeveegd. En kun je jezelf zien in stoffig glas?

In het verdere verhaal volgen de stukken elkaar op als fragmenten in een film. Na elk stukje komt een witregel. De overgang is soms wat abrupt. Hier en daar mis ik wat informatie als het gaat om de tijd waarin het speelt. Is het diezelfde avond of de volgende dag bijvoorbeeld bij de alinea dat begint met: De sigarendoos....
Hij neemt heel impulsief de beslissing om naar Den Haag te rijden. Wat ik niet zo snap is waarom hij de foto op de zitting naast zich heeft liggen. Was hij van plan op kantoor iets uit te zoeken? Ik zou het wat geloofwaardiger vinden als hij de foto in zijn portemonnee zou bewaren of zoiets. Of thuis en hij denkt aan de foto.

De beschrijving van zijn relatie die over is, kan te maken hebben met de verloren liefde van zijn moeder. Misschien dat hij begrijpt hoe zijn moeder zich voelde toen ze de partner niet kon krijgen die ze wilde?
De ontknoping is enigszins verrassend. Voor mij zou het interessant zijn te weten wat die informatie met Erik doet in plaats van veel tijd te besteden aan hoe zijn eigen liefdesleven eruit ziet. Ik herken het omdat ik ook achter dingen kwam over mijn moeder na haar overlijden. Dingen die ze dacht, wilde en waar ze mee bezig was. Dat moet je even verwerken.

Let op; dialoogteken sluiten vergeten bij Een keer zei ze...na te denken.

 

Snel zoeken