LetterSpinsels

Topverhalen 2015

De roze olifant - Monique Cunnen


Vandaag is je kist gesloten. Ik durfde mijn hand niet op de roze olifant te leggen. Hij glansde nog verdacht net als de gele bloemen. Nooit gedacht dat ze de complete kist zouden beschilderen. Had ik me er mee moeten bemoeien, Anna? Wilde je wel bloemen en olifanten op je kist?
Ach, wat doet het er toe. Boven alles hield je van onze kleinkinderen. 'Papa, het is goed voor de rouwverwerking.' Dat was wat Birgit zei. Het klonk alsof ze uit een reclamefolder citeerde. Bij het wegdragen van je kist uit ons huis zag ik dat hun verdriet zelfs aan de onderzijde doorgedrongen was in de vorm van een racebaan.

'Ja, ik weet het zeker, schat. Ga met de kinderen naar huis.' Jochem duwt zijn dochter zachtjes richting de auto, waarin Silke en Roy al op de achterbank slapen. Weifelend kijkt Birgit hem aan. Hij knikt vastberaden, vooral om zichzelf te overtuigen. Vandaag verandert immers niets aan het alleen-zijn van morgen.
Zodra hij de deur op het nachtslot draait, voelt hij het. Alsof de dood gewacht heeft om tevoorschijn te komen. Hij knipt de sfeerlamp in de keuken aan, zet de radio harder en schept koffie in het filterzakje. Precies wat Anna zo vaak heeft gedaan, maar de huiselijkheid blijft weg. In zijn hoofd hoort hij voortdurend een raar zoemen dat uitstijgt boven een verder doodse stilte in zijn lijf. Luidruchtig verschuift hij enkele stoelen. Ook de woonkamer is niet meer de kamer waarin ze onderuitgezakt met een glas wijn de dag afsloten. De opgehoopte kussens in de hoek van de bank roepen herinneringen op. Hij drukt zijn rug tegen de muur niet wetend waar hij heen moet, waar hij zijn wil. De dood is in hun huis gekropen.

Birgit heeft zich tijdens de dienst sterk gehouden voor de kinderen, net als ik, Anna. Sterk voor anderen. Eigenaardig, hoe je je gevoel soms voor een tijdje kunt parkeren met troostende woorden en gebaren. Mijn benen werden zwaarder zodra we het kerkhof betraden. Ik heb weinig gehoord van wat ze zeiden bij je graf. Ik wilde je niet achterlaten. Langzaam zakte die verdomde olifant in de grond. De schep zand gooide ik recht op zijn kop.

Birgit zit achter zijn laptop in de kamer en mompelt iets, terwijl hij het raam op een kier zet om het gefluit van de vogels binnen te laten. De wandeling die Anna en hij vier weken geleden maakten, legt hij in gedachten opnieuw af. Door het park, langs het water waar een blauwe reiger afstak tegen het groen. Een groep eenden waggelde al snaterend richting Anna toen ze het brood tevoorschijn haalde. Dit keer laat hij zichzelf en Anna op de brug verder lopen. Ze zakt niet in elkaar en er is ook geen ambulancemedewerker die het reanimeren van hem overneemt. Hoogstens struikelt ze terwijl hij haar net op tijd opvangt. Ze lacht opgelucht naar hem en hij laat haar de rest van de wandeling niet meer los. De vogels fluiten even zorgeloos als vandaag.
'Pap, mag ik wat foto's van mama op mijn stick zetten?' Ongeduldig kijkt Birgit hem aan.
Alles wat haar aan Anna doet denken, verzamelt ze alsof ze niet zonder tastbare herinneringen kan. 'Kijk maar onder afbeeldingen. Daar staan de laatste foto's in die ik gemaakt heb.'
'Je hebt wel twintig nieuwe e-mails ontvangen. Lees je ze niet?'
Hij kan de voortvarendheid van Birgit niet bijbenen. Ze is constant van alles aan het regelen. Uit zijn vingers komt weinig.
'Ik bekijk ze straks wel wanneer je klaar bent met je foto's.'
's Avonds hoort hij vanuit de keuken het signaal van binnenkomende e-mail. Birgit is er dan wel niet meer, maar laat hij zijn belofte toch maar nakomen. Hij loopt naar de kamer en scrolt zonder veel animo door de nieuwsbrieven van de supermarkt en de boekhandel, condoleances van enkele marketingcollega's en het maandprogramma van het theater. Regelmatig koos Anna een voorstelling uit zonder precies te weten wat ze verwachten kon. De paar mooie theatervoorstellingen bleven hem gelukkig langer bij dan de vele beroerde voorstellingen die ze gezien hadden. Hij schrijft zich voor verdere ontvangst uit.
Bij het zien van de volgende afzender, versnelt zijn hartslag. Hij klapt in een reflex de laptop dicht. Na al die tijd. Hij hoeft er niet eens over na te denken hoelang het geleden is dat ze elkaar gezien hebben. Wietske is in die twaalf jaar niet uit zijn gedachten verdwenen, maar het werden herinneringsflarden die hij begroef onder alledaagse dingen die zijn aandacht opeisten. Heel soms werd het hunkerende gevoel naar haar hem te sterk. Hij trok er dan op uit, liep de onrust uit zijn lijf totdat alleen hij en Anna weer over waren met dezelfde vanzelfsprekendheid als waarin de dagen voorbijgingen.
Het bericht lezen, voelt verkeerd. Zelfs nu. Vooral nu. Het enige juiste wat hem te doen staat, is de mail verwijderen. Morgenvroeg.

'Anna!' Hij knielt naast haar, schudt haar door elkaar. Ze ligt veel te stil, haar ogen gesloten. 'Kijk me aan, Anna.' Hij drukt op haar borstbeen, raakt de tel kwijt, en begint opnieuw met tellen. Hardop. Als hij haar kin vastpakt, zijn mond op die van haar legt en inblaast, voelt hij hoe haar lippen bewegen. Die zachte onderlip. Haar hand in zijn nek, hem zachtjes naar zich toetrekkend. Hij herkent haar tong onmiddellijk. Waar was je al die tijd, Wietske? Dichtbij klinken sirenes. Iemand trekt hem hardhandig weg. Hij valt achterover, rolt de brug af, steeds sneller. En dieper? Het volgende moment voelt hij geen grond meer onder zijn voeten. Het is alsof hij zweeft. Dan klapt zijn rug op iets hards. Zijn uitgestrekte vingers grijpen in vochtige aarde, zand kriebelt in zijn neus en belandt in zijn mond. Als hij zijn ogen opent, staat Anna ver boven hem. 'Stik er maar in, Jochem.' Onherkenbaar hoog en hard klinkt haar stem. Ze gooit handenvol zand naar beneden, maar wat hij voelt zijn haar tranen die hij van zijn lippen likt. Hij kan het uitleggen. Hij heeft toch voor haar gekozen? Als hij roept, is ze al uit het zicht verdwenen. Iets wordt voor de blauwe lucht geschoven. Beetje bij beetje, totdat het nacht lijkt. De mokerslagen boven zijn hoofd dreunen in zijn buik na. Met zijn laatste inspanning schreeuwt hij zich schor.
Rechtop zit hij in bed, trillend over zijn hele lichaam. Zijn mond wordt nog droger door het diep ademen. Met zijn mouw veegt hij zijn voorhoofd af. Wanneer hij zich naar de wekker op het nachtkastje buigt, ziet hij dat hij maar een paar uur geslapen heeft.

Anna, ik heb altijd van je gehouden. Je moet me geloven. Dat ik weleens met haar afsprak, haar zelfs gekust heb, doet daar niets aan af. Jullie waren zo anders, zo compleet anders. Ik hield van jullie beiden, maar ik heb jou en Birgit niet in de steek gelaten. Ik dacht dat alles beter zou worden als zij en ik elkaar niet meer zouden zien. Zag jij meer dan ik vermoedde? Dat mijn gedachten niet altijd bij jou en Birgit waren hoe ik er ook mijn best voor deed? De pijn die ik soms voelde zonder dat ik die zelf goed begreep? Ik wilde dat jullie gelukkig waren, maar ik heb me te weinig afgevraagd of ik dat zelf ook was. Ik was een lafaard. Een lafaard die van jullie hield.

Na het ontbijt trekt hij zijn stoel dichterbij, klapt de laptop met één hand open, schuift de stoel weer met een ruk naar achteren en staat op. De planten moeten water hebben. Niet meer dan eenmaal per week, volgens Anna. Goot hij er halverwege de week wat water bij, dan trok ze de gieter nog net niet uit zijn handen. Hij verwijdert slechts wat bruine bladeren. Waarom ineens dit contact?
Op het moment dat hij de laptop aanzet, deinst hij achteruit wanneer Anna vol in beeld verschijnt. Birgits actie zeker weer. Anna lacht waarbij haar blauwe ogen zich vernauwen zonder hun felheid te verliezen. Het is die vurigheid die hij ook bij Birgit terugziet. Hij herkent de groene oorbellen die hij voor haar achtenvijftigste verjaardag gekocht heeft.
Zoals iedere ochtend opent hij de nieuwspagina, maar verder dan het registreren van de woorden komt hij niet. Wanneer hij beseft dat hij de e-mail nooit ongelezen zal kunnen verwijderen, haalt hij diep adem en klikt het bericht open.

Gisteren 20.05
Beste Jochem,
Via een collega van je hoorde ik over Anna. Ik heb lang getwijfeld of ik er verstandig aan doe je te schrijven. Ik wens jou en je familie sterkte toe. Dat meen ik oprecht, maar dat weet je vast wel. Je zult een grote steun voor je dochter en je kleinkinderen zijn. Wees niet te streng voor jezelf. Je kunt niet altijd de sterkste zijn. Je hoeft dat niet eens altijd te zijn.
Wietske

De bezorgde directheid die hij zo goed van haar kent, en die het hem vroeger haast onmogelijk maakte haar niet tegen zich aan te drukken, zorgt voor een tinteling in zijn onderbuik. Hij vervloekt zichzelf om die totale ongepastheid. Wanneer ze tegenover hem zou staan, dan was ze niet weggegaan zonder uit zijn mond te horen hoe hij eraan toe was. Bij Anna kwam hij er nog weleens met een grap vanaf. Maar Wietske wachtte altijd onverstoorbaar op zijn antwoord, terwijl ze hem bleef aankijken.
Hij leunt achterover en herinnert zich hun allereerste afspraak in het restaurant, waarbij ze haar ontwerp voor het bedrijfsmagazine toelichtte. Hij ziet haar weer zitten aan het tafeltje. Hij was geïrriteerd en te laat binnengekomen omdat een of andere onbenul de laatste parkeerplaats voor zijn neus had ingepikt. Ze schoof haar ontwerpen opzij, wenkte een ober, en liet hem uitrazen. Totdat hij op het punt gekomen was, dat het gehele voorval hem onbeduidend voorkwam. Vermoeid had hij zijn ogen gesloten. 'Gaat het?' had ze gevraagd en hem daarbij zo open en bezorgd aangekeken, dat hij van het ene op het andere moment naar waarheid had geantwoord. Over het gemis van zijn vader die drie maanden daarvoor was overleden. Zelfs met Anna had hij er niet zo uitgebreid over gesproken. Hij had zich er regelmatig op betrapt dat hij na hun afspraak neuriede in de auto.
Iedere keer als hij zich voornam om Anna over Wietske te vertellen, wist hij niet wát hij haar dan moest vertellen. Over hun ontmoeting? Hun gesprekken? Hij was bang dat hij hun afspraken daarmee groter maakte dan dat ze waren. Later leek er geen weg meer terug te zijn.
Een kort mailtje terug, uit fatsoen. Misschien niet direct versturen, maar het een nacht laten bezinken. Beste klinkt wel erg afstandelijk. Of is dat de aanhef die je gebruikt na zo'n lange tijd?

Vandaag 10.00
Lieve Wietske,
Dank voor je e-mail en je bezorgdheid. Hoe is het met jou?
Jochem

De achterdeur valt met een klap dicht.
'Goedemorgen, pap.' Birgit gooit haar jas over de bank. 'Ik ben op weg naar de fotozaak om een vergroting te laten maken. Ik denk niet dat je die foto van mama eerder hebt gezien. Weet je nog dat we zijn gaan picknicken op Silkes verjaardag? Ik zet hem bij je andere afbeeldingen. Schuif eens op. Ik zal deze ook voor jou laten uitvergroten.'
Hij onderdrukt een zucht. 'Birgit, doe voor jezelf wat je het fijnste vindt. Maar ik ben er niet aan toe om Anna overal in huis neer te zetten. Ze is toch wel bij me.'
'Sorry dat ik dacht dat je er blij mee zou zijn.' Ze gaat kaarsrecht op haar stoel zitten zoals ze vroeger bij een ruzie ook kon doen. Niemand hoefde te zien wat er in haar omging. Enkel met het iets naar binnenzuigen van haar wang verraadt ze hoe ze zich echt voelt.
'Ik weet dat je het lief bedoelt.'
'Er is een mail in concepten blijven hangen. Zal ik 'm versturen? Wie is Wietske?' Ze kijkt hem met grote ogen aan.
'Bemoei je nou eens een keer met je eigen zaken!' Het is eruit voor hij er erg in heeft. Even voelt hij weer die oude angst die hem in de greep kon houden maar die lange tijd niet sterk genoeg was om het contact met Wietske te verbreken.
'Nou zeg. Verberg je soms iets?'
'Denk je dat een vader alles met zijn dochter bespreekt?' antwoordt hij zo luchtig mogelijk en drukt op de knop verzenden. 'Ook weer bijgewerkt. Je kunt tevreden zijn, dochter van me.' Dan tilt hij haar kin naar hem op. 'Ik meen het wel dat je me een beetje met rust moet laten. Je bent altijd meer dan welkom, maar je moet niet alles voor me willen regelen.'
'Dit was de laatste keer!'
Voordat ze wil wegstormen, heeft hij haar al vastgepakt. Birgit probeert zich los te maken, maar hij drukt haar stevig tegen zich aan, haar schokkende schouders negerend.
'Kom hier, gek kind. Ik zou niet weten wat ik zonder je zou moeten.'
'Ik mis haar, papa,' klinkt het gesmoord.
'Ik ook, meisje. Laat me straks de fotovergroting zien.'

Ik vond je mooi met je smalle, rechte schouders en je buik die een beetje vooruit stak. Je waanzinnig koppige karakter. Toen we jonger waren, Anna, wilde je een sprookjeshuwelijk. Eeuwig durende trouw en een aantrekkingskracht waar niemand ooit tussen kon komen. Later moet je toch ook je bedenkingen bij ons huwelijk hebben gekregen? Dat je net als ik weer wilde kussen met een gretigheid die je de adem zou benemen? Vond je het niet veelzeggend dat we steeds sneller uitgepraat raakten? Dat we liever samen met anderen op vakantie gingen dan met z'n tweeën? Je zei dat we het goed hadden samen. Dat was ook zo. Ik had alleen graag gewild dat het voor mij voldoende geweest was.

Bij het waarschuwingsgeluid van nieuwe e-mail en het zien van Wietskes naam, lijkt het alsof er gaten worden geprikt in het doffe gevoel dat hij al weken bij zich draagt.

Vandaag 10.45
Lieve Jochem,
Verdraag je de stilte in huis? Na mijn scheiding, beetje kromme vergelijking maar ik geef haar toch, moest ik ook uitvinden hoe ik weer alleen moest leven. Ik wilde niet constant mensen om me heen hebben. De radio stond hele dagen aan, het maakte me niet eens uit welke zender ik hoorde. Totdat ik mezelf op een ochtend hoorde zingen en in de gaten kreeg dat ik hem domweg vergeten was aan te zetten.
De moraal van deze mail: muziek houdt je leven op de rails. En vooruit, familie en vrienden zijn een waardevolle aanvulling, maar soms zou je ze ook achter het behang willen plakken met al hun goede bedoelingen.
Wietske

Hij leest de zin opnieuw. Scheiding. Geen moment had hij eraan gedacht dat ze dat ooit zou doen. Niet na wat ze bij hun afscheid gezegd had. Zou ze na haar scheiding weer iemand ontmoet hebben? Hij leest de mail nog eens en ziet Wietske weer zingend voor zich. Het was de derde keer dat ze hadden afgesproken nadat haar klus voor zijn bedrijf erop zat. Hij had zijn auto geparkeerd en terwijl hij het portier opende, hoorde hij al een meezingen dat de muziek compleet overstemde. Hij zag haar zitten achter het stuur met de tas op schoot, haar ogen gesloten. Zelden had hij iemand valser horen zingen en ook zelden was hij getuige geweest van zoiets intiems. Hij liet haar alleen en had op het terras op haar gewacht.
Hoe kon ze al zo veel voor hem zijn gaan betekenen? Ze was zijn leven in gewalst als een olifant: groots en onverstoorbaar. Het risico dat ze namen, de berichtjes tussendoor, hun afspraken. Hij kon er niet buiten, maar het sloopte hem.
Ze was naast hem gaan zitten en iedere keer wanneer ze haar woorden met grote gebaren onderstreepte, rook hij het parfum dat hij inmiddels uit duizenden zou herkennen, maar dat zo snel vervloog dat hij het nog steeds niet goed kan omschrijven. Haar hand rustte zo nu en dan kort op zijn arm, net als bij hun eerdere afspraken. Zijn concentratie liet het hoe langer hoe meer afweten. In zijn buik draaiden opwinding, verlangen en zenuwen door elkaar als een centrifuge die op tilt sloeg.
'Sorry, Wietske, ik ga afrekenen,' had hij haar onderbroken.
Toen ze hem aankeek, wist hij dat ze hem begrepen had. Ze was al naar de auto gelopen toen hij zich bij haar voegde. In het ogenblik dat ze naar hem opkeek, had hij zijn lippen op die van haar gedrukt en alles, wat zich in hem had opgestapeld al die maandenlang, losgelaten. Hij had duidelijk de siddering gevoeld die zijn hand op haar blote onderrug teweegbracht. Nog dichter drukte hij haar tegen zich aan.
Uiteindelijk had ze gemompeld: 'Ik dacht dat ik nooit meer zo zou kussen, dat ik het zelfs verleerd was.' De frons op haar voorhoofd werd dieper. Hij had de frons met zijn vinger proberen glad te strijken alsof daarmee ook zijn voorgevoel zou verdwijnen.
'We hebben elkaar te laat ontmoet.'
Zelfs nou hij eraan terugdenkt, schiet er bij haar nuchtere constatering weer een pijnscheut door zijn lijf. Ze had gelijk gehad. Ontelbare mensen scheiden, maar hij zou het nooit gedaan hebben. Niet ten koste van Anna en Birgit. Hij had Wietske zoiets belachelijks geantwoord als: 'We zijn verplicht aan onszelf en aan onze partner om er het beste van te maken. Dan komt het geluk vanzelf.' De woorden had hij eruit geperst, haar aankijkend om elk detail van haar gezicht in zich op te nemen.
Iedere laatste kus ging over in een nieuwe totdat ze met gebalde vuisten tegen zijn borst roffelde en hem wegduwde. Verdwaasd was hij naar zijn auto gelopen. Daar bijna aangekomen, klonken snelle voetstappen en voelde hij haar armen om zijn middel. Hij had zich niet omgedraaid, slechts haar armen met zijn handen gestreeld voordat hij instapte. Hij knipperde met zijn ogen om op de goede weghelft te blijven. In de spiegel had hij niet meer gekeken.

Vandaag 11.15
Ben je nog steeds single, Wietske?

Vandaag 11.27
Ja. Het geluk trok zich blijkbaar niets van mijn goede wil aan.

Vandaag 11.32
Twaalf jaar geleden waren we te laat, nu is het voor mij nog te vroeg. Ik heb altijd het juiste proberen te doen, maar erg trots op mezelf ben ik er niet door geworden. Ik weet niet of je op dit moment iets aan me hebt en ook niet hoe we het aan moeten pakken. Ik weet alleen dat ik je niet opnieuw wil kwijtraken.

Vandaag 11.36
Niet te veel nadenken, Jochem. Je zult me niet kwijtraken. Eigenlijk ben ik ook die twaalf jaar lang nergens anders geweest.

Hij sluit het mailprogramma af en laat zich met de krant op de bank zakken. Terwijl hij de kussens achter zijn rug wegtrekt, merkt hij dat hij zachtjes neuriet.

De roze olifant © Monique Cunnen


Beoordeling door Anneke Blok



De eerste alinea van het verhaal 'De roze olifant' van Monique Cunnen is heel erg mooi van sfeer. Een veelbelovend begin. Deze alinea toont ook direct heel duidelijk het karakter van Jochem: hij laat het gebeuren. Birgit met haar goedwillende bemoeizucht, de beschilderde kist en de foto van Anna. Hij laat ook zijn twee liefdes gebeuren: het vertrouwde met Anna, het nieuwe spannende met Wietske. Is de keuze voor een bestaand huwelijk niet makkelijker dan een nieuw avontuur? Ook als Wietske na Anna's dood opnieuw contact zoekt, laat hij het gebeuren. Het wissen van haar mail stelt hij uit.

Hoewel al lezend duidelijk werd dat Wietske voor de roze olifant stond, – zij walste voor de tweede keer door zijn leven, een olifant die niet vergeet – bleef ik het dier associëren met Anna; Anna's kist, Jochems rouw om Anna. Graag had ik iets roze of een olifant gezien in de nachtmerrie, waarin zowel Anna als Wietske een rol spelen. Dat had de titel meer betekenis gegeven.
Wietske komt trouwens uit de beschrijving te voorschijn als heel levendig en vlug. Heel aantrekkelijk en heel betrokken. Zeker fysiek geen olifant, wel qua karakter. Ze laat niet los. Ze heeft Jochem in al die jaren niet losgelaten en evenmin kon Jochem haar vergeten.

In de tweede alinea staat de zin: 'Alsof ze gewacht heeft om te voorschijn te komen.' Het werd me pas aan het einde van de alinea duidelijk dat ze hier de dood is; ik las door alsof het over Anna ging. Het woord dood kan natuurlijk zowel mannelijk als vrouwelijk gebruikt worden, dat is het probleem niet.

'Ze is constant dingen aan het regelen om maar niet stil te hoeven zitten,' en ' Herinneringen lijken voor haar niet genoeg te zijn,' zijn veronderstellingen van Jochem, hij kan niet in Birgits hoofd kijken. Herinneringen kunnen trouwens net zo goed tastbaar als immaterieel zijn.

In het verhaal wordt duidelijk dat het mogelijk is van twee mensen te houden. De liefde voor Anna komt vooral tot uiting in de concrete beschrijvingen van ge¬mis. Mooi vind ik de beschrijving van het huis na de begrafenis en de zin 'Ik wilde je niet achterlaten.' Heel goede voorbeelden van 'Niet vertellen, maar laten zien.' Treffend zijn ook de volgend zinnen: 'Vandaag verandert immers niets aan het alleen-zijn van morgen' en 'Hij drukt zijn rug tegen de muur niet wetend waar hij heen moet, waar hij wil zijn.'

In 'De roze olifant' is het gevoel van Jochem heel zuiver en geserreerd is beschreven en blijft zijn persoonlijkheid consistent. Een mooi verhaal.

Anneke blok